Het botcement stabiliseert de ingezakte wervellichamen van binnenuit en kan een verdere pijnlijke vervorming verhinderen. De oorspronkelijke hoogte van het wervellichaam kan met deze methode echter niet worden hersteld. Patiënten merken vaak al meteen na de ingreep dat de pijn duidelijk minder is geworden. De vertebroplastie behoort tot de minimaalinvasieve ingrepen, daarom hoeven patiënten maar een paar dagen in het ziekenhuis te blijven.
De narcose
De ingreep vindt in de meeste gevallen plaats onder volledige narcose. In afzonderlijke gevallen kan hij ook onder plaatselijke verdoving worden gedaan. Welk soort narcose wordt gebruikt, wordt in het kader van het voorlichtingsgesprek besproken met de chirurg of de anesthesist.
De ingreep voor het behandelen van een wervellichaambreuk duurt in de regel ongeveer 45 minuten; worden er meerdere wervellichamen behandeld, dan duurt de operatie steeds 20 minuten langer.
Begin van de ingreep
Nadat de narcose is gaan werken, wordt de patiënt op zijn buik gelegd. Vervolgens wordt het wervellichaam of de wervellichamen waar het om gaat gemarkeerd, de rug wordt gedesinfecteerd en steriel afgedekt. Er wordt een röntgen- of CT-apparaat klaargezet, om ervoor te zorgen dat de chirurg tijdens de ingreep de positie en richting van zijn instrumenten kan controleren. Vervolgens brengt de chirurg links en rechts van het betreffende wervellichaam twee incisies aan van ongeveer 1 centimeter lang.
Positioneren van de holle naalden
Via deze incisies wordt nu telkens één holle naald ingebracht tot in het wervellichaam. Via het röntgen- of CT-apparaat kan de chirurg daarbij op elk moment de ideale positie van de holle naalden controleren.