Seite drucken

Hoe werkt een kunstmatig schoudergewricht?

Bestanddelen van het kunstmatige schoudergewricht

Een schouderprothese is een nabootsing van het menselijk schoudergewricht. Daarom bestaat het net als het natuurlijke schoudergewricht uit een schouderkom en een bovenarmkop, die op een protheseschacht is geplaatst.

Gebruikte materialen

De prothesedelen bestaan uit verschillende materialen:
Voor beide prothesecomponenten worden tegenwoordig vaak metaallegeringen gebruikt, die zich onderscheiden doordat ze goed worden verdragen en een lange levensduur hebben. Daarnaast worden ook prothesedelen van speciale kunststofpolymeren gebruikt, die de als glijlager dienende kraakbeenlaag van het menselijke gewricht nabootsen.
De chirurg beslist aan de hand van de individuele omstandigheden van de patiënt, welke materialen er in aanmerking komen.

Soorten prothesen

Afhankelijk van de aandoening en de patiënt worden er verschillende soorten prothesen gebruikt: hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een partiële prothese, een totale prothese en een schouderoppervlakvervanging (schouder-resurfacing).
Partiële prothese: Verkeert de kraakbeenlaag in de schouderkom nog in goede staat (bijvoorbeeld na een gebroken bovenarm), dan hoeft deze niet te worden vervangen. In dat geval wordt alleen de bovenarmkop vervangen door een kunstmatige bovenarmkop op een protheseschacht. Zodoende komt de kunstmatige bovenarmkop na de operatie in de natuurlijke schouderkom te zitten. Hierbij spreekt men van een partiële prothese (ook wel: hemiprothese).
Totale prothese: Is de kraakbeenlaag op beide delen van het gewricht, zowel op de bovenarmkop als in de schouderkom, beschadigd, dan worden alle bestanddelen van het aangetaste schoudergewricht vervangen: de beschadigde schouderkom wordt vervangen door een prothesekom. De vervormde bovenarmkop wordt vervangen door een kunstkop, die op een protheseschacht is geplaatst. Daarbij spreekt men van een totale prothese. Voorwaarde voor een totale prothese is een functionerende rotatorenmanchet, die het kunstmatige gewricht stabiliteit en beweeglijkheid geeft.
Inverse totale prothese: Wanneer de rotatorenmanchet sterk beschadigd is, dan wordt om de functie van de manchet te compenseren een speciaal soort prothese ingebouwd, de zogenaamde inverse totale prothese: deze bestaat uit een kogelvormig gedeelte, dat op de plaats van de natuurlijke schouderkom aan het schouderblad wordt aangebracht, en een bekervormig gedeelte, dat op een protheseschacht zit en in het bovenarmbot wordt ingebracht. Door deze constructie wordt al een zekere stabiliteit verkregen. Voor de beweeglijkheid is echter een goed functionerende grote schouderspier, de musculus deltoideus, nodig. Omdat dit soort prothesen nog niet zo lang wordt toegepast, zijn er nog geen langetermijnresultaten beschikbaar.
Schouderoppervlakvervanging (schouder-resurfacing): Bij deze methode wordt alleen het beschadigde gewrichtsoppervlak aan de bovenarmkop vervangen door er een metalen kroon overheen te plaatsen.
De prothese bestaat zodoende uit een kapje voor de natuurlijke bovenarmkop.
Het voordeel van deze methode is dat de botsubstantie van het bovenarmbot ontzien wordt, de operatieve ingreep kleiner is en het bloedverlies gering blijft. Deze methode is echter nog erg nieuw, zodat er nog geen langetermijnresultaten bestaan.