Seite drucken

page 2

Vervanging van de bovenarmkop

Daarna wordt het bovenarmbot voorbereid, waar de protheseschacht in moet worden gezet. Daarvoor moet het binnenste van het bovenarmbot, de zogenaamde mergholte, worden aangepast aan de grootte van de protheseschacht. De juiste maat wordt vervolgens eerst getest, voordat de protheseschacht – met of zonder botcement – in het bovenarmbot wordt bevestigd.
→ zie: 4 Hoe wordt de schouderprothese bevestigd?
Tot slot wordt de kunstmatige bovenarmkop op de protheseschacht gezet.
Daarmee zijn alle benodigde gewrichtsdelen aanwezig en kan de kunstmatige bovenarmkop in de prothesekom worden gepast. Vervolgens controleert de chirurg het gewricht op optimale beweeglijkheid.

Afronding van de operatie

Vervolgens worden de spieren aan elkaar genaaid en de wond met behulp van hechtdraad of wondhaakjes gesloten. Om een bloeduitstorting in het operatieveld te vermijden, wordt een klein slangetje, een zogenaamde redondrainage, in de wond geplaatst, via welk nalekkend bloed of secreet kan worden afgevoerd. Dit kan na twee tot drie dagen worden verwijderd.
Voordat de patiënt weer wakker wordt, wordt er een stevig verband aangelegd en een eerste röntgenfoto gemaakt. Hiermee controleert de chirurg of de schouderprothese exact op de goede plaats zit. De wondhaakjes of hechtingen worden na zo’n 12 tot 14 dagen verwijderd.

Op de recovery

Direct na de operatie wordt de patiënt eerst op de recovery gemonitord en verzorgd door een speciaal geschoold team van verpleegkundigen en anesthesisten. Indien nodig worden infusies of pijnstillers toegediend. Zodra de algemene toestand van de patiënt is gestabiliseerd, gaat deze terug naar zijn kamer op een normale afdeling. Na de operatie wordt de geopereerde arm eerst bewegingloos gemaakt met behulp van een mitella of een zogenaamd spreidkussen.