Seite drucken

Vervangen van de heupkop

Daarna wordt het dijbeenbot voorbereid, waar de protheseschacht in moet worden gezet. Daarvoor moet het binnenste van het dijbeenbot, de zogenaamde mergholte, worden aangepast aan de grootte van de protheseschacht. De juiste maat wordt vervolgens eerst getest, voordat de protheseschacht – met of zonder botcement – in het dijbeenbot wordt bevestigd.
→ Hoe wordt de heupendoprothese bevestigd?
Tot slot wordt de kunstmatige heupkop op de protheseschacht gezet.
Daarmee zijn alle benodigde gewrichtsdelen aanwezig en kan de kunstmatige heupkop in de prothesekom worden gepast
Vervolgens controleert de chirurg het gewricht op optimale beweeglijkheid. Indien nodig kan de kunstmatige heupkop nog worden verwisseld door een groter of kleiner model.

Afronding van de operatie

Vervolgens worden de spieren aan elkaar genaaid en de wond met behulp van hechtdraad of wondhaakjes gesloten. Om een bloeduitstorting in het operatieveld te vermijden, worden er twee kleine slangetjes (zogenaamde redondrainages) in de wond geplaatst, via welke nalekkend bloed of secreet kan worden afgevoerd. Deze worden na twee tot drie dagen verwijderd.
Voordat de patiënt weer wakker wordt, wordt er een stevig verband aangelegd en een eerste röntgenfoto gemaakt. Hiermee controleert de chirurg of de heupprothese exact op de goede plaats zit. De wondhaakjes of hechtingen worden na zo’n 10 tot 12 dagen verwijderd.

Op de uitslaapkamer

Direct na de operatie wordt de patiënt eerst op de recovery gemonitord en verzorgd door een speciaal geschoold team van verpleegkundigen en anesthesisten. Indien nodig worden infusies of pijnstillers toegediend. Zodra de algemene toestand van de patiënt is gestabiliseerd, gaat deze terug naar zijn kamer op een normale afdeling.